Eeeeswaaa, ik ben nieuw. maarja dan gelijk maar goed mee doen ook! Zelf schrijf ik een beejte, en fotografeer ook wel aardig. Maar nu even het begin van een verhaaltje waar ik mee bezig ben. Mijn spelling is nou niet bepaald wat je noemt geweldig, maar ik geloof dat de tekst nog wel leesbaar is ^^
Het is een donkere nacht. De poortwachter staat
eenzaam voor de poort van de Zwarte stad. Hij vraagt zich af wat hij hier doet.
Er is al in geen tijden meer iemand naar de Zwarte stad gekomen. Vroeger was
deze stad een prachtige plaats geweest. En op een avond als deze was de stad
vol licht en muziek. Mooie meisjes dansten met de zatte jongens tot diep in de
nacht. Maar nu, sinds die schaduwen naar de stad waren gekomen, was de stad
zwart geworden. Nergens groeide meer een sprietje gras. De mensen bleven
binnen, bang voor wat er was, of voor wat er niet was. En hij, als
poortwachter, stond elke avond helemaal alleen aan de poort. Maar er kwam toch
nooit iemand. Deze stad was verdoemd en vergeten. Niemand kende de weg naar de
stad, en niemand wist de weg uit de stad. De poortwachter had het koud. Hij
stond nu al de hele dag op de verhoging naast het poortwachtershuisje. Zo kon
hij over de muur en over de poort heen kijken. Straks zou hij naar binnen gaan.
Dan zou hij het haardvuur aan maken, en daarna met een dikke wollen deken om
zich heen in slaap vallen. Hij was moe. Het was koud en donker buiten. Je
hoorde geen enkel geluid. De poortwachter droomde al over de warme kop thee die
hij nooit zou krijgen.
En het was op deze avond, deze uitzonderlijk donkere avond, dat er een klein
meisje bij de poort aan klopte. "Wie klopt er aan de poort?" riep de
poortwachter, van schrik overeind springend. Het meisje gaf geen antwoord. De
poortwachter besloot haar binnen te laten. Wat kon zo'n klein meisje hem immers
aandoen? Ze droeg een witte gerafelde jurk, met daar onder enkel 2 blote
voetjes. "Wie ben je?" vroeg de poortwachter nogmaals. Het meisje
keek hem recht aan, maar zie nog steeds niets. ‘Wat doe je hier?’ vroeg de
wacht dan maar. ‘Ik kom is kijken in deze stad.’ antwoorde het meisje. ‘Ik reis
al lang en ik wil graag overnachten.’ ‘Dan zit je hier verkeerd’ zei de wacht.
‘Jonkies als jij moeten hier niet komen. Want hier is alles veel te donker voor
jou.' Het meisje staarde over de schouder van de poortwachter de stad in. ‘Wat
is er met deze stad gebeurd?’ vroeg ze de poortwachter. ‘Ik weet het niet.’
Antwoorde de man. ‘Ik weet alleen dat het hier lang geleden nog mooi was. Lang
geleden. Toen ik nog jong was. En toen mijn Sofia nog hier op deze wereld was.’
Het meisje keek hem niet begrijpend aan. ‘Wie is Sofia?’ vroeg ze voorzichtig.
Ze wilde niet onbeleefd zijn. De poortwachter staarde over de rand van de
stadsmuur in de verte. ‘Sofia. Oh, oh, mijn lieve mooie Sofia...’ Zuchtte hij.
‘Ik ben Sofia verloren. Sofia was jong en mooi. En ik ook. Zij woonde bij mij.
Zij was mijn vrouw. ’s Morgens ging ik hier naar de poort. Dan werkte ik de
hele dag. En ’s avonds als ik thuis kwam, was ik vreselijk moe. Maar dan had
sofia een heerlijke kip gebraden en dan aten we die samen op.’ De poortwachter
likte zijn lippen af. Toen verstarde zijn blik. ‘Maar daarna kwamen de
schaduwen. De mensen werden bang. Niemand durfde meer naar buiten. Steeds meer
jonkies verdwenen, of bleven binnen. Maar mijn sofia was niet band. Ze dacht
dat de schaduwen haar niet konden pakken. Ze had het mis. Op een dag ging ze
naar buiten om boodschappen te doen. Ze is nooit terug gekomen.’ Er liep een
traan over zijn wang. ‘Weet u waar ze is?’ vroeg het meisje. ‘Nee. Maar ik weet
wel dat de schaduwen haar hebben. Zo’n lief mooi jonkie. Ze hebben haar
gevangen, net zoals al die anderen.’ De poortwachter draaide zich om.
‘Sindsdien woon ik hier. Hier aan de rand, krijgen de schaduwen je niet. Maar
ga je naar binnen, dan is het gevaarlijk.’ ‘Toch moet ik naar binnen.’ Zie het
meisje. De poortwachter keek in haar ogen. Hij zag geen angst. Alleen verdriet.
‘Goed. Als je echt naar binnen wilt, mag dat. Maar ik waarschuw je. Kijk nooit
achter om. Dan pakken de schaduwen je. En dan moet je staan. En je wil wordt je
afgenomen’. Het meisje knikte. En ze begon te lopen. De zwarte stad in.
Welkom bij
MOOK DUF
Maak hier je eigen webpagina, helemaal naar jouw smaak, in een paar klikken. Eerst FF aanmelden. EASY! Link al je blogjes met je Twitter, Hyves en Facebook enzo. Connect ze!
© 2012 Gemaakt door Suzanne.
Verzorgd door
Je moet lid zijn van MOOK DUF om te kunnen reageren!
Wordt lid van MOOK DUF